Marathon Rotterdam: wat 42 kilometer mij leerde over energie, samenwerken en blijven bewegen

Ik liep voor de tweede keer de marathon van Rotterdam.

Niet om te laten zien dat ik het kan.
Niet voor een tijd.

Meer om te ervaren.
En eerlijk… ook om te checken waar ik sta.

Je traint drie maanden.
Je denkt dat je weet wat je kan.

Maar de echte test komt pas daar.

In die stad.

Waar je letterlijk door je eigen verleden loopt.
Straten waar je vroeger was.
En tegelijk loop je ergens naartoe. Verder.

Na 30 kilometer begon het.

Zoals altijd.

De pijn komt.
Niet een beetje. Overal.

En je hoofd begint te praten.

“Waar ben je mee bezig?”
“Waarom doe je dit?”
“Stop gewoon.”
“Snij een stukje af, merkt toch niemand.”

Dat niveau.

Je lichaam voelt zwaar.
Je hoofd zoekt uitwegen.

En dan gebeurt er iets kleins.

Iemand langs de kant.
Wildvreemd.

Die leest je naam.

“Maurice! Je kan dit. Je bent fit. Kom op!”

En ineens verandert alles.

Niet omdat de pijn weg is.
Maar omdat je er even uit bent.

Je denkt niet meer.
Je voelt alleen.

En je gaat weer.

Dat moment laat zien hoe relatief het allemaal is.
Die pijn. Die gedachten.

Ze lijken groot.
Tot iets of iemand er doorheen breekt.

En het werkt twee kanten op.

Want onderweg doe je hetzelfde.

Je ziet iemand die het zwaar heeft.
Je zegt iets.

“Blijf lopen.”
“Je hebt hiervoor getraind.”
“Kom op, nog even.”

En je ziet het gebeuren.

Iemand richt zich op.
Pakt weer een ritme.

En jij voelt dat ook.

Geen woorden nodig.
Gewoon verbinding.

Dat is misschien wel het meest bijzondere.

Je loopt hem niet alleen.

Dat voel je al bij de start.
Duizenden mensen. Zelfde doel.

Het verschil met trainen is groot.

Trainen is moeten.
Doorzetten. Alleen.

De marathon zelf…
is mogen.

Samen beginnen.
Samen kapot gaan.
En samen over die finish.

Hoe dan ook.

En toen dacht ik:

Dit is precies wat we op werk vaak missen.

We zitten naast elkaar.
Maar iedereen in zijn eigen wereld.

Eigen scherm.
Eigen taken.
Eigen tempo.

En ondertussen gebeurt het daar ook.

Je loopt vast.
Je energie zakt.
Je hoofd gaat praten.

Alleen zie je het niet van elkaar.

Niemand die even roept:
“Kom op.”
“Even bewegen.”
“Je kan dit.”

We denken dat we individueel moeten presteren.

Maar de echte kracht zit ergens anders.

In kleine momenten.
In elkaar zien.
In elkaar helpen.

Niet groot.
Niet ingewikkeld.

Gewoon even opstaan.
Even bewegen.
Even iemand meenemen.

We doen het niet verkeerd.

We zijn het gewoon een beetje kwijtgeraakt.

Comfort is stilzitten geworden.
Terwijl juist beweging energie geeft.

Als je iets leert van zo’n marathon, dan is het dit:

Je komt verder samen.

Niet door harder te gaan.
Maar door elkaar mee te nemen.

En dat begint klein.

Heel klein.

Volgende
Volgende

Wanneer mag je eigenlijk even opstaan? Een ervaring uit het Moef-traject.