Autonomie is geen luxe. Het is de basis die we massaal kapot organiseren.

Autonomie wordt vaak romantisch voorgesteld. Alsof het gaat over vrijheid, doen waar je zin in hebt, je eigen pad volgen. In de praktijk voelt autonomie voor mij een stuk minder comfortabel. Samenwerken kost me autonomie. Altijd. Het is per definitie een compromis. Daarom werk ik het liefst alleen en zelfstandig.

Ook als werknemer botst het. Vooral wanneer ik werk niet mag uitvoeren zoals ik het zou willen. Als tijd, budget of protocollen belangrijker worden dan kwaliteit. Ik lever niet graag in op volledigheid. Niet omdat ik perfectionistisch wil zijn, maar omdat half werk energie vreet. Bij mij wel in ieder geval.

Dat gebrek aan autonomie voel je niet alleen mentaal. Het zuigt letterlijk motivatie weg.

Ik herinner me een project waarin we oude, versleten onderdelen moesten hergebruiken. Niet omdat het verstandig was, maar omdat het budget het voorschreef. De omgeving was al negatief. Mensen zaten er duidelijk niet meer voor het resultaat, maar voor het einde van de dag. Het werk werd “zo goed mogelijk binnen de beperkingen” uitgevoerd. Dat klinkt professioneel, maar het voelt leeg. Je weet vooraf al dat je niet trots gaat zijn. Dat je eigenlijk alleen uitvoert wat gevraagd wordt en verder niks.

Dat is wat gebrek aan autonomie doet. Het haalt eigenaarschap weg.

Het tegenovergestelde ken ik ook. Momenten waarop ik volledig in control ben. Carte blanche. Een acute situatie. Geen discussie over kosten, geen spreadsheet, geen politiek. Alleen: los het op, zo snel en goed mogelijk. Dan floreer ik. Dan denk ik scherp, handel ik snel en neem ik verantwoordelijkheid zonder aarzeling. Niet omdat iemand meekijkt, maar omdat het van mij is.

En precies daar gaat het in veel organisaties mis.

Er wordt gezegd dat mensen autonomie krijgen, maar ondertussen is alles dichtgetimmerd. Protocollen. Methodes. “Zo doen we het hier nu eenmaal.” Afwijkingen worden afgestraft en feedback is vooral negatief. Nooit goed genoeg. Het gevolg zie je meteen. Mensen worden passief. Ze doen wat moet, niet wat kan. Werken van pauze naar pauze. Van maandag naar weekend. Van vakantie naar vakantie. Ik vind dat afschuwelijk om te zien. En nog erger om erin te zitten.

Wat het extra wrang maakt, is dat autonomie vaak verkeerd begrepen wordt.

In populaire zelfhulp en managementtaal wordt autonomie regelmatig gelijkgesteld aan egoïsme. Alsof je, zodra je je eigen keuzes maakt, automatisch ten koste gaat van anderen. Dat is onzin. Egoïsme draait om jezelf ten koste van het geheel. Autonomie draait om eigenaarschap. Over je keuzes. Over je gedrag. Over je inzet.

En hier komt de noodzakelijke correctie vanuit de wetenschap. In de Zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan is autonomie geen vrijbrief om maar wat te doen. Het betekent handelen vanuit eigen waarden en overtuigingen. Autonome mensen zijn niet minder betrokken, maar juist meer. Ze gebruiken hun talenten beter. En die talenten versterken elkaar vaak juist, in plaats van elkaar te ondermijnen.

Zonder autonomie zie ik zelden echte verantwoordelijkheid. Mensen voeren uit, maar dragen het niet. Ze verschuilen zich achter regels, systemen of besluiten van bovenaf. Echte verantwoordelijkheid ontstaat pas wanneer je kunt zeggen: dit is mijn keuze. En daar sta ik voor.

Dat is ook de harde waarheid waar weinig mensen zin in hebben.

Autonomie vraagt dat je stopt met volgen zonder nadenken. Dat is comfortabel, ja. Maar het kost je iets. Je levert je eigenaarschap in. En op de lange termijn loop je vast. Mentaal, professioneel of fysiek.

Iedereen heeft altijd een keuze. Blijven doen wat je doet, of het veranderen. Soms klein. Soms groot. Maar niemand anders gaat die beweging voor je maken.

Autonomie is geen luxe. Het is geen extraatje. Het is de basis voor motivatie, kwaliteit en verantwoordelijkheid. En zolang we die basis blijven inperken met systemen die wantrouwen uitstralen, blijven we mensen reduceren tot uitvoerders.

Dat is geen leiderschap. Dat is georganiseerde middelmaat.

Vorige
Vorige

Van frustratie naar inzicht: hoe Moef vorm kreeg door stilzitten

Volgende
Volgende

Als de wind verandert, pas je de zeilen aan