Het ongemak van opstaan op kantoor

Het is een klein moment.
Bijna onzichtbaar.

Je voelt het signaal.
Je weet dat je kunt opstaan.
En toch blijf je zitten.

Niet omdat je geen zin hebt.
Niet omdat je niet weet dat het beter is.

Maar omdat het ongemakkelijk is.

Opstaan valt op.
Zitten niet.

Zitten is sociaal veilig.
Zitten doet niemand iets verkeerd.
Zitten vraagt geen uitleg.

Opstaan wel.

Je kijkt even om je heen.
Is er iemand anders die ook staat?
Is dit een goed moment?
Kan het straks ook?

En dan blijf je nog even zitten.

“Ik stel het opstaan soms nog tien minuten uit, vooral als ik gefocust ben.”

Dat herken ik.
En bijna iedereen herkent dit, ook al zeggen we het niet hardop.

Het voelt raar om te bewegen terwijl anderen blijven zitten.
Alsof je iets doet wat niet hoort.

“Het voelt nog een beetje alsof ik aan het lanterfanten ben.”

Dat ene zinnetje zegt alles.
Je mag niet lui zijn, je moet doorgaan.
Maar het voelt wel zo.

We hebben van zitten iets normaals gemaakt.
Van opstaan iets afwijkends.

In een klein kantoor voelt dat nog sterker.
Geen anonimiteit. Geen schuilplek.

“Omdat we op een klein bureau werken, doe ik geen oefeningen.”

Niet omdat het niet mag.
Maar omdat het gezien wordt.

En als je alleen bent, wordt het niet makkelijker.

“Als niemand mee doet, voelt het toch wat suf om alleen iets te doen.”

Dit gaat niet over discipline.
Dit gaat niet over motivatie.

Dit gaat over gedrag in een sociale omgeving.
Over aanpassen.
Over niet willen opvallen.

Het interessante is dit:
bijna niemand zegt dat het fysiek zwaar is.

Het is mentaal.

Het ongemak zit niet in het lichaam.
Het zit in de context.

“Ik merk dat ik het signaal negeer als ik ergens helemaal in zit.”

We noemen dat focus.
Maar vaak is het ook vermijden.
Nog even niet zichtbaar zijn.

Wat me raakte in de reacties, is hoe eerlijk ze zijn.
Geen succesverhalen.
Geen borstklopperij.

Gewoon mensen die zeggen hoe het voelt.

En dat is belangrijk.

Want zolang we doen alsof opstaan logisch en makkelijk is,
blijven mensen denken dat het aan henzelf ligt als het niet lukt.

Maar het ligt niet aan jou.

Het ligt aan een cultuur waarin zitten onzichtbaar normaal is geworden.
En bewegen iets wat je moet verantwoorden.

Misschien begint verandering niet met meer willen.
Maar met erkennen dat het ongemakkelijk mag zijn.

Dat je niet raar bent.
Niet lui.
Niet ongeconcentreerd.

Alleen mens.

En misschien is één keer toch opstaan,
juist omdat het even schuurt,
al genoeg.

Volgende
Volgende

Wat wil ik met Moef bereiken